Het spoor en Cuijk

Op 1 juni 1883 reed de eerste voor het publiek beschikbare trein in de richting Nijmegen het station Cuijk binnen.

"De opening was niet feestelijk, nogtans hadden zich eenige ingezetenen naar het station begeven om den trein door hunnen tegenwoordigheid in stilte het welkom toe te roepen. In onze plaats zelf wapperde van de publieke gebouwen en de meeste particuliere woningen de nationale driekleur, ten bewijze dat men algemeen verheugd is door de opening der lijn".

Dit berichtje kon men op 2 juni 1883 lezen in "De Echo". Vergeleken met Boxmeer en Vierlingsbeek, alwaar het gebeuren een waar feest werd, was het enthousiasme te Cuijk minimaal te noemen.

De eerste treinen brachten, zowel uit het Land van Cuijk als uit Limburg, vele personen aan, die te Boxmeer de jaarlijkse "vaart"kwamen bijwonen.Het 100-jarig bestaan van de spoorlijn werd op 11 juni 1983 gevierd en zou te Cuijk niet ongemerkt voorbijgaan.

Het uiterlijk weinig veranderde station van Cuijk werd gebouwd in 1881. De fraaie topgevels zijn er in 1900 weer afgehaald. Tweemaal is het station in haar voortbestaan bedreigd geweest. Op zekere dag in 1944 stond bij het station een munitietrein met 50 volle wagons geladen met o.a. V 1's. Engelse jagers vlogen constant boven dit oorlogstuig, maar gelukkig kwam het niet tot beschietingen. Direct na de bevrijding van het zuiden van ons land werd de zolderetage van het station geruime tijd als waarnemingspost door de Amerikanen gebruikt. Dit omdat het station één van de hoogste gebouwen in die buurt was en goed zicht bood op wat zich in de omgeving afspeelde.

De tweede keer dat het station in gevaar kwam was in 1975. In januari van dat jaar werd Cuijk wakker geschud door een bericht in De Gelderlander, waarin stond, dat als de Directeur-Generaal Arbeidsvoorzieningen in Den Haag toestemming geeft tot de bouw van een nieuw station, in juli 1975, gestart kon worden met deze bouw. Reden hiertoe was, dat volgens de N.S. de onderhoudskosten te hoog waren geworden en dat de presentatie van de spoorwegen door zo'n oud gebouw niet geheel past in deze tijd. De Gemeente en de burgerij hadden hier echter ernstige bedenkingen tegen en vonden het pure geldverkwisting. Bovendien meende de bevolking dat bij vervanging van het oude station, er weer een stuk historie verloren zou gaan en er weer een brok kilheid voor in de plaats kwam. Uiteindelijk heeft dit de doorslag gegeven en het station werd voor Cuijk behouden.

Vlak bij het station was een stationsrestauratie gevestigd in het toenmalige hotel 't Loo, welk bewoond werd door de familie Tax en later door de familie van Bracht. Later werd dit hotel "Old Dutch".

Het tweede stationnetje op Cuijks grondgebied was de halte Linden-Katwijk. Van 1913 tot 1929 heeft deze halte dienst gedaan. Het was een eenvoudig houten abri, met een grindperronnetje en het was de laatste halte op het westelijke landhoofd van de Maasbrug.

Vele reizigers maakten gebruik van de trein. In 1945 reisden 600 werknemers uit het Land van Cuijk per trein naar de Cuijkse fabrieken. Het ging toen nog heel gemoedelijk.

De treinen uit Venlo en Nijmegen hadden te Cuijk vaak enkele minuten oponthoud. De oorzaal was gelegen in het feit, dat de reizigers veel tijd hadden. Zij liepen geen stap vlugger, ook al stond de trein vertrek-klaar. Men liet liever de trein vertrekken, om het buurtpraatje op het stationsplein af te maken, dan zich te moeten haasten. Zij mopperden in het geheel niet als zij nadien een uur of twee uur op de volgende trein moesten wachten.

De spoorwegen waren en zijn eigenlijk steeds een typisch mannenbedrijf geweest. Een van de weinige functies die vroeger door vrouwen kon worden vervuld, was die van stationswachteres en die van wegwachteres. Vlak bij het station, waar nu de automatische halve overwegbomen (ahob) ligt, woonde de bekende spoorwegfamilie Muller, in de wachtpost.

 

Lange tijd heeft Dina Muller de met de hand bediende overwegbomen gesloten en geopend. Bij het uitoefenen van hun taak droegen de wegwachteressen een uniform, dat aangepast was aan het werk, dat zij buiten moesten verrichten. Met haar 18e jaar was Dina reeds hulpwachteres. Ruim 30 jaar heeft zij met veel plichtsbetrachting haar werk in weer en wind vervuld. Haar moeder was ook wegwachteres, haar vader lijnwachter, terwijl haar grootvader een toegewijd spoorman genoemd kon worden.

Op 3 april 1939 kwam een einde aan de handbediening der sluitbomen.

Het gemeentebestuur van Cuijk bracht dit als officiële kennisgeving in "De Echo" :

Bron: Fotoarchiefdienst Cuijk - Foto's L.Lange

 


 
1952 Dieseltreinen voor stoomlocomotieven

Enkele maanden tevoren was er door de NS al een proefrit gemaakt met een dieseltrein op de lijn Nijmegen-Venlo. De bevindingen waren positief. En daarom reden vanaf 18 mei 1952 bij het ingaan van de zomerdienstregeling voortaan alleen dieseltreinen op dat baanvak.

Bijna zeventig jaar eerder zagen de inwoners van het Land van Cuijk voor het eerst een trein rijden op het bijna zestig kilometer lange traject tussen Nijmegen en Venlo. Op 1 juni 1883 stapten op het station van Boxmeer de eerste reizigers uit om in de parochiekerk het Heilig Bloed te gaan vereren. Ze werden op het feestelijk versierde station ontvangen door burgemeester Hengst en de voltallige gemeenteraad. De trein werd daarna met bloemenkransen omhangen. "Het was een onvergetelijk schouwspel", vond toen een van de aanwezigen. "Veel Boxmerenaren zullen vaak naar het station wandelen om daar de machtig dampende locomotieven die de reiswagons trekken voorbij te zien komen. Onze streek wordt hierdoor uit zijn isolement verlost".

Ook op de stations van Cuijk en Vierlingsbeek vonden enkele festiviteiten plaats. En dat terwijl de nieuwe spoorlijn niet was aangelegd om de Land van Cuijkse dorpen te ontsluiten, maar om een snelle verbinding tot stand te brengen tussen Nijmegen en Venlo. De bijna zes miljoen gulden kostende spoorlijn werd daarom zo recht mogelijk aangelegd. Vandaar dat de meeste stations ver van de dorpen kwamen te liggen. In Vierlingsbeek is dat anno 1998 nog steeds te zien. Boxmeer en Cuijk zijn inmiddels zo sterk gegroeid dat de stations daar nu aan de rand van de plaats liggen.

Desondanks maakten veel inwoners en bedrijfjes dankbaar gebruik van de vervoersmogelijkheden die de nieuwe spoorlijn bood, ondanks de aanvankelijk lage frequentie waarmee de stoomtreinen reden. In 1883 gingen er per dag vijf treinen heen en weer tussen Nijmegen en Venlo. De sneltrein legde de afstand tussen de beide steden af in 1 uur en 32 minuten. De stoptrein had er toen 2 uur en 22 minuten voor nodig.

Gaandeweg echter breidden de spoorwegen het aantal ritten uit tot een twee-uurdienst. Toen in 1952 de - overigens nog vooroorlogse - dieseltreinen gingen rijden, werd de reistijd verder bekort en konden reizigers tot zelfs laat in de avond nog de trein nemen.

Bron: Een eeuw vooruit - Schoth Grafische Producties - Foto:Schoth Grafische Producties


 

1983 Suikerbieten overladen van vrachtwagens in goederenwagons op het laad- en losstation in Cuijk

Vijftien jaar lang was het een drukte van belang geweest op het overslagstation voor suikerbieten in Cuijk. Tussen september en december voerden leden van de Limburgse en Brabantse Vereniging van Suikerbieten met vrachtwagens daar zo'n 100 duizend ton suikerbieten aan. Die werden vervolgens overgeladen in vierduizend wagons om vanuit Cuijk per spoor getransporteerd te worden naar een fabriek in Roosendaal. En toen kwam begin 1983 het besluit van de beide verenigingen van suikerbietentelers om de bieten voortaan alleen over de weg en het water te vervoeren en niet meer per spoor via het overslagstation in Cuijk.

Vrij snel hierna kondigden de Nederlandse Spoorwegen aan dit laad- en losstation te zullen sluiten. Een verrassing was dat niet, want in de jaren daarvoor werden slechts zo'n honderd andere wagons in Cuijk geladen of gelost. Voor het gemeentebestuur van Cuijk echter betekende de sluiting een flinke financiële strop. In 1976 was er voor meer dan een miljoen gulden geïnvesteerd in de aanleg van twee spoorlijntjes naar het industrieterrein bij Katwijk. Maar deze had in 1983 ineens geen nut meer.

Het Cuijkse laad- en losstation was het laatste in de regio. Elf jaar eerder werd dat van Boxmeer gesloten omdat het niet meer rendabel was. Werden er in Boxmeer in 1966 nog zo'n 1500 wagons verwerkt, in 1971 was dat aantal teruggelopen tot minder dan 400. En dat terwijl de beide laad- en losstations zo'n belangrijke rol in het goederenvervoer van en naar het Land van Cuijk hadden vervuld. Zeker na de Tweede Wereldoorlog, toen de industrialisatie in deze regio pas goed op gang kwam. Ook reden er in de jaren '50 en '60 op de lijn Nijmegen-Venlo  's nachts wel drie tot vier kolentreinen per uur. Daarvan moest in Boxmeer en Cuijk een aantal wagons met kolen worden losgekoppeld voor de plaatselijke brandstoffenhandelaren. Toen het aardgas voor de verwarming van woningen de steenkool had verdrongen, was het met de kolentreinen gedaan.

Behalve geladen en gelost werd in Cuijk tot 1969 ook veel gerangeerd, zoals naar de papierfabriek in Gennep of naar bedrijven in Haps en Mill. Daarna verplaatste NS de rangeerafdeling naar Nijmegen. En in 1983 viel dus de beslissing het laad- en losstation af te sluiten, omdat steeds meer goederen over de weg werden vervoerd. De vrachtwagen had het gewonnen van de wagon.

Bron: Een eeuw vooruit - Schoth Grafische Producties - Foto:Schoth Grafische Producties


 
2004 Spoor wordt vervangen

ProRail gaat in 2006 en 2007 groot onderhoud plegen aan de noordelijke Maaslijn: de spoorlijn tussen Venlo en Nijmegen. Over een lengte van 32 kilometer wordt het spoor (rails,spoorbielzen en grind) deels of geheel vervangen. Daarnaast worden 14 wissels en 5 overwegen vernieuwd. Dergelijk groot onderhoud gebeurt gemiddeld eens per 30 jaar.

Om zo min mogelijk overlast te veroorzaken voor het treinverkeer en de omgeving, is ervoor gekozen om alle onderhoudswerkzaamheden zo veel mogelijk te bundelen. De werkzaamheden en de gevolgen ervan zijn al in een vroegtijdig stadium afgestemd met NS en de betrokken gemeenten, zoals Boxmeer en Cuijk. In het voorjaar van 2006 en 2007 zal er vanwege de werkzaamheden gedurende een aantal weekenden en een aaneengesloten periode van 9 dagen geen treinverkeer mogelijk zijn.

In Cuijk wordt in 2006 begonnen met het vernieuwen van de overweg Beerseweg. Nieuwe bielzen, rails en grind komen er vanaf het NS-station in Cuijk in zuidelijke richting tot (op een klein deel na) nabij Venraij. De oversteekplaats voor voetgangers bij het Cuijkse station wordt vernieuwd. Ook worden hier twee wissels vervangen. De overweg met de Hapsebaan gaat eveneens onder het mes. De spoorvernieuwing ter hoogte van Cuijk-Noord gebeurt pas in 2007.

Naast de genoemde vernieuwing van het baanvak in gemeente Boxmeer in 2006 komt er een nieuwe wissel ter hoogte van Beugen en worden de wissels bij de NS-stations van Boxmeer en Vierlingsbeek vervangen. De wissels in gemeente worden overigens in 2007 vernieuwd. In dat jaar ondergaat ook de overweg met de St. Anthonisweg/Spoorstraat een facelift.

In de periode tot 2006 worden de plannen voor het grootschalig onderhoud verder uitgewerkt. Het reguliere onderhoud en inspecties blijven tot die tijd gewoon doorgang vinden.

Bron:Cuijks Weekblad

 

Voor meer informatie over Cuijk en zijn geschiedenis ga naar Langs de Maas.nl

 

 

 

© paladijntje.nl-Cuijk