
|
|
|
Foto: Foto Archief Dienst Cuijk - Cuijk aan de Maas, de moeite waard. |
|
Elk jaar, in het midden van de maand
juli, trekt een steeds langere stoet wandelaars door de plaatsen rondom
Nijmegen. Vier dagen lang moet dan het autoverkeer wijken voor de
voetganger. En voor de toeschouwers, want ook hun aantal groeit opmerkelijk.
Veel mensen die van mening zijn dat lopen maar een trage en vooral
vermoeiende manier is om ergens te komen, kijken verbaasd naar al die
duizenden mensen die vier dagen lang van Nijmegen naar Nijmegen wandelen. En
het schijnt ook nog eens heel besmettelijk te zijn. Elk jaar is het aantal
deelnemers weer groter dan het jaar ervoor.
En het moet gezegd; al komen de deelnemers uit heel Nederland en uit veel andere landen; een opmerkelijk aantal van hen komt uit streken rondom de Vierdaagsestad. Zien wandelen doet wandelen? Het lijkt er wel erg op. |
||
|
|
||
|
Foto: Foto Archief Dienst Cuijk - Cuijk aan de Maas, de moeite waard. |
||
|
In onderbroek de Maas over - 1994 Heet was het, heel heet op de vierde dag van de Vierdaagse, "de dag van Cuijk". Zwoegend en zwetend staken grote groepen wandelaars via de pontonbrug de Maas over om aan de andere kant neer te ploffen op de bankjes en het gras van het Rode Kruis-kamp. Daar wachtten de ijszakjes voor oververhitte knieën en enkels, die eigenlijk niet meer verder wilden. Maar verkoeling werd ook op een andere manier gevonden. Een peloton oud-commando's ging aan de Cuijkse kant van de Maas uit de kleren en stak zwemmend de Maas over. "Commando zijn, dat is je ware leven", zongen ze daarbij. Aan de overkant wachtte een agent hen op. "Ja, jongens, dat kan natuurlijk niet, hè. Dat wordt een bon". Niet alle militairen waren overigens tot zulke krachttoeren in staat. Een aantal soldaten strompelde richting Middelaar, ondersteund door kameraden die fungeerde als menselijke krukken. Voor één soldaat hielp zelfs dat niet. Bevangen door de hitte werd hij op een brancard afgevoerd richting ziekenboeg, met een natte handdoek over zijn hoofd. In de tenten werden voortdurend zakjes met ijsklontjes klaargemaakt. Die vonden gretig aftrek bij de wandelaars, die nog eens flink op hun tanden moesten bijten voor de laatste vijftien kilometer naar Nijmegen. Maar de Via Gladiola lonkte. Niet alleen voor de wandelaars was de Vierdaagse een inspannende aangelegenheid, ook op de conditie van de toeschouwers werd een aanslag gepleegd. Vanaf 's morgens vroeg al waren ze in de weer met klapstoeltjes en koelboxen, want ze wilden de beste plekjes langs het parcours hebben. Maar daardoor deden ze zichzelf wel een marathon-zit in de brandende zon aan. Bron: Land van Cuijk 1994 - Drukkerij Verhaak BV - Grave |
||
|
|
||
|
Foto: Land van Cuijk 1994
|
||
|
Hoe het begon In het begin van deze eeuw was sport, en zeker sport in clubverband, alleen toegankelijk voor de elite. Middenstanders en arbeiders maakten lange werkdagen en hadden geen geld en geen energie meer over voor sport. De algemene lichamelijke conditie van de dienstplichtige jongens bijvoorbeeld was zeer matig. Toen werd in 1898 in Den Haag de "Nederlandse Bond voor Lichamelijke Opvoeding" opgericht. Het doel was om de sportbeoefening toegankelijker te maken voor de arbeiders en de middenstand. Een van de oprichters was de toen zeer bekende Pim Mulier, die ook sporten als tennis, voetbal, biljarten en hockey in Nederland bekendheid gaf. Hij is ook de "uitvinder"van de Friese Elfstedentocht, die hij op 21 december 1890 voor het eerst reed. Een van de eerste initiatieven van de bond was het organiseren van een wedstrijd in het marcheren voor militairen en burgers. Die wedstrijd duurde toen ook al 4 dagen en de totale afstand die gelopen moest worden was 150 kilometer. Er waren meerdere parcoursen uitgezet in verschillende streken van Nederland. En de deelnemers liepen van plaats tot plaats en kwamen op de vierde dag weer in de startplaats terug. In totaal liepen er die eerste keer 306 wandelaars mee. Nog geen Nijmegen De bond was heel tevreden met deze lange mars maar niet met de uitvoering, met name de 15 verschillende parcoursen waarvan enkele uitvielen wegens gebrek aan deelnemers. Het volgende jaar was er dan ook maar een parcours van Arnhem naar Doetinchem, dan naar Lochem, Apeldoorn en tot slot naar Arnhem. Er waren dat jaar maar 42 deelnemers. De volgende jaren wordt er in Utrecht gestart en
in 1912 is de route Utrecht, Ede, Nijmegen. Met als laatste een Nijmeegse
dag met Mook en Groesbeek als hoogtepunten. De ontvangst in Nijmegen waar de
wandelaars worden ondergebracht in de Prins Hendrikkazerne, is bijzonder
gastvrij. Ook de burgerdeelnemers vinden er logies en een goede maaltijd en
verzorging voor de prijs van 55 cent. En de prijsuitreiking op de vierde dag
wordt een onvergetelijk feest. De Nijmeegse hartelijkheid deed de
organisatoren besluiten om de volgende weer voor Nijmegen als startplaats te
kiezen. En zo is het gebleven, al is er wel eens gestart vanuit Breda en
Amersfoort. |
||
|
Ook vrouwen De deelnemers waren voornamelijk militairen, maar van het begin af aan hebben ook burgers deelgenomen aan deze Vier'Daagsemarsen. En in 1913 ook voor het eerst een vrouw ( tussen 151 mannen ). Zij kon het strakke marstempo echter niet bijhouden en moest noodgedwongen de meeste tijd alleen lopen. Dat vond ze zo ongezellig dat zij er maar mee stopte. De militaire deelnemers kregen er in de latere jaren nog eens een extra vaardigheidsproef bij; na afloop op de vierde dag moesten zij een veldloop doen en 800 meter looppas. Dat was in de jaren van de eerste Wereldoorlog, toen Nederland wel neutraal bleef maar er wel een algemene mobilisatie gold voor alle dienstplichtigen. Dus moesten de soldaten bewijzen dat ze na de mars nog militair inzetbaar waren. Geleidelijk groeide het aantal wandelaars. In 1922 wilden 1100 mensen meelopen, maar de marsleiding stelde het maximum op 600. Reden was dat de mensen van logies en voeding anders zouden worden overbelast. Gaandeweg werden die problemen overwonnen en vanaf 1928, ter gelegenheid van de Olympische Spelen in Amsterdam, werden ook buitenlanders uitgenodigd en in dat jaar waren dat er meteen al 109. Om precies te zijn 48 Duitsers, 40 Engelsen, 20 Noren en een Fransman. En langzaam lopen er ook wat vrouwen mee, die, al of niet in een wandelclub, de Vierdaagse uitlopen. En soms ging er iets mis. Zoals in 1921. Door slechte bewegwijzering en andere perikelen valt dat jaar 44,6 procent van de deelnemers uit. Dat was dus niet zo'n beste beurt voor de marsleiding. De routes zijn in de loop der jaren nogal eens veranderd. Toen vanwege een hittegolf de route door de vrijwel schaduwloze Ooypolder als bijzonder zwaar werd ervaren, is voor de vierde dag een alternatief gevonden. Vierdaagse Cuijk Men ging door Grave, Beers, Cuijk, Mook via Malden terug naar Nijmegen. Hier waren wel veel bomen en de hitte was er meer draaglijk. Nadeel was dat alle wandelaars met de pont moesten. Al gauw werd naar een oplossing gezocht die werd gevonden door het korps pontonniers van de Landmacht, bij wijze van oefening een pontonbrug over de Maas te laten leggen. Omdat de Maasschippers protesteerden tegen de belemmering van de vrije doorvaart, werd bepaald dat deze alleen op de drukste uren ingezet mochten worden, terwijl de vroegste en de laatste wandelaars toch met de pont moesten. En dat is nu nog zo. Bron: Archief Dienst Cuijk - Cuijk aan de Maas, de moeite waard. |
||
|