|
Historie Landgoed De Barendonk
Landgoed/buitenplaats de Barendonk is een familiebezit
van ruim 50 hectare gelegen aan de zuidkant van Beers,
gemeente Cuijk. Het is in 1840 door Adrianus Thijssen
gekocht. Later heeft Adrianus het overgedragen aan zijn
zoon Petrus Henricus Thijssen. Petrus Henricus was
jarenlang burgemeester van Beers, was Ridder in de orde
van Oranje Nassau en lid van de Provinciale staten.
Het bestond uit een adellijk landhuis, percelen bouw-en
weiland, percelen hakhout en opgaande bomen, een gracht,
bossen,een tuin, een vijver, boomgaard diverse opstallen
en cultuurhistorische objecten (waaronder een
authentieke Vlaamse Schuur, en enkele ophaalbruggen over
de aanwezige slotgrachten).
.jpg)
De historie van Landgoed De Barendonk gaat terug tot
voor het jaar 1308, toen “Birdunck” reeds genoemd werd
in de uitgiftebrief der gemeentegronden die Jan I Heer
van Cuyk in het jaar 1308 schonk aan de gemeenten in het
Nederambt Cuyk. Oorspronkelijk is de Barendonk een
leengoed geweest van de Heren van Cuijk, net zoals de
Tongelaar. Ze werden gebruikt als jachthuizen, waar
waarschijnlijk ook de naam te herleiden is Het
mannetjeszwijn wordt heet beer, in het dialect ber of
bir. Later vinden we Bierdunck terug als Baarendonck,
Baerendonk en thans als Barendonk. Donk staat overigens
voor hooggelegen gronden.

Voorheen was alles rond De Barendonk namelijk drassig en
stond er soms maandenlang onder water, terwijl bij de
werking van de Beerse Overlaat het gehele landgoed werd
overstroomd, aangezien het geheel ligt in de voormalige
traverse. De ophoging van de overlaat in 1922 en de
definitieve dichting in 1940/1941 met de grote
ontwateringswerken in dit gebied, grotendeels uitgevoerd
door het Waterschap “De Maaskant”, hebben hier enorme
verbeteringen tot stand gebracht.
De gebouwen
Het Grote Huis

Of de behuizing op Landgoed De Barendonk reeds
bestond in 1308 is onduidelijk, aangezien dit nergens
vermeld is. Het staat evenwel vast dat de behuizing erg
oud is. Dit wordt alleen al bewezen door het klokje in
het torentje van het adellijk landhuis dat het jaartal
1624 draagt. Dit klokje is tijdens de 2e wo meegevoerd
door onze oosterburen. In 1945 is het teruggevonden in
Tilburg. Wijlen Alfons Thijssen heeft het geschonken aan
de kerk van Beuningen, en voor de Barendonk heeft hij
een replica laten maken bij de klokkengieterij van
Heiligerlee.
Het gebouw is in 1865 ten dele door brand vernield en
later weer grotendeels in de oude staat hersteld, echter
de kap is verlaagd. Ook zijn er enkele ramen
dichtgemetseld, vanwege de belasting die geheven werd
naar gelang het aantal ramen dat een pand bezat.
De Vlaamsche schuur
De oorsprong van de Vlaamse schuur ligt in de losse
graanschuren van kloosterboerderijen in Vlaanderen. Ze
werden los van het klooster gebouwd als opslagschuur
voor de toegenomen oogst en hooiopbrengst. Ze
verschilden van gewone boerderijtypen doordat er geen
woonhuis in zat. De bouwing was eenvoudig en liet veel
variatie toe. Het eenvoudige driebeukige gebouw heeft
een grote langsdeel in de middenbeuk, met inrijdeuren
zowel aan de voor als achterzijde van de schuur. De
zijbeuken zijn van versschillende breedte ( hier 4 mtr.
en 2,5 mtr. ) zodat de Vlaamsche schuur een opmerkelijke
asymmetrische aanblik biedt. De constructie is een
combinatie van anker- en dekbalkgebint; in de zijbeuken
is het ankerbalkgebint gebruikt, in de middenbeuk een
dekbalkgebint. De schuur is traditioneel van hout, zwart
geteerd tegen regen. Als voor dakbedekking riet werd
gebruikt, kon het dak over de hoge deeldeuren worden
geplooid, bij een pannendak zij de deuren teruggeplaatst
in de gevel. De vlaamsche schuur werd los op het erf,
dwars achter de boerderij gezet.
De Appelloods
Deze appelloods is gebouwd na de 2e W.O in 1950. In
1947 werd de fruitteelt ter hand genomen door Piet
Thijssen en zijn zuster Annie. Er werden appels en peren
geteeld. Het fruit werd gesorteerd naar grootte en in
kisten van 25 kg naar de veiling gebracht. Ertegenover
in het achterhuis werd een koelcel gebouwd, zodat het
fruit ook voor langere tijd bewaard kon worden. De
appelloods werd gebouwd van 8 houten spanten met een dak
erboven van golfplaten. De bomen voor de spanten kwamen
van de Fa. hoogenhoff in Mill, het hout voor de zijkant
kwam uit eigen bos. Erin kwamen de sorteermachine en de
opslag van appelkisten. In 2008 is het gebouw herbouwd
met een nieuwe functie als paardenpleisterplaats en
vergaderruimte.
.jpg)
De Barendonk en haar bewoners
Zoals vermeld bestaat de Barendonk reeds vanaf de tijd
dat de heren van Cuijk regeerden;
De eerste aanwijzing vinden we in een oorkonde van 20
april 1308, waarbij Jan 1 van Cuijk de gemeente gronden
uitgeeft aan de dorpen in het land van Cuijk en daarbij
uitzonderingen maakt o.a “uitgezonderd de eikelweide en
hakhoutbossen in het Borth en Birdonc (Paringet blz
473,Wap blz 245). De tweede vermelding vinden we in het
archief van het St. Catharina gasthuis in Grave. Jan van
Twijl en jonkvrouwe Margriet dragen een rente op aan het
gasthuis in Grave gevestigd op de Barendonk 1452 (ook
merlet 1972 + 1979). Nu wil dit echter niet zeggen dat
zij ook woonden op de Barendonk, en zelfs niet dat er
een bewoonbaar huis stond. Maar dat het leengoed
Barendonk aan hen was opgedragen.
Cornelis van Merwick ontvangt de Baersdonk in leen in
1464 van Adolf van Gelder. Cornelis van Merwick was ook
heer van Tongelaar
Ludolf de Quay koopt op 12-8-1690 de Barendonk en
bewoond het huis. Ludolf is een broer van de stamvader
van de in Beers en omgeving zo bekende de Quay’s.
Tijdens het najaar 1794 heeft er een plundering
plaatsgevonden door Franse soldaten. Er is toen danig
huisgehouden, alle huisraad en bezittingen zijn geroofd.
Toen de laatste nazaat van de familie de Quay in 1803
kinderloos overleed, ging het bezit over naar Matthias
Adrianus Snoek, die in 1840 overleed. In het jaar 1842
ging de Barendonk door verkoop over aan de familie
Thijssen te Beers. Thans is het landgoed nog steeds in
het bezit van een van de nazaten van deze familie met
dezelfde naam, nl Liesbeth en Jan Hermanussen-Thijssen
Aanvankelijk was het bezit verpacht door de familie
Thijssen, maar na de Tweede Wereldoorlog is de familie
Thijssen het zelf gaan exploiteren, eerst als
fruitteeltbedrijf met appels en peren. In 1947 werden de
eerste fruitbomen ingeplant, in de Strepen kwamen ook
peren; Bredero’s en Saint Remy. en er kwamen vroege
appelen, de zgn early’s. Op het brugveld en de koewei
kwamen Goudrenetten, Jonathan, James Grieve en Yellows.
Oud bedrijfleider Wim van Katwijk bracht het eerste
melkvee op de Barendonk. In 1972 werden de
fruitboomgaarden gerooid omdat de prijzen slecht bleven,
er werd nu alleen nog melkvee gehouden. Dit is zo
gebleven. Omdat het landgoed in de Ecologische
Hoofdstructuur ligt wordt er veel aan agrarisch
natuurbeheer gedaan. Hierdoor ontstaat een duurzame
relatie van landschapsbeheer - onderhoud en
cultuurhistorie.

De Beerse Overlaat
Eigenlijk al vanaf de Middeleeuwen, toen de Maas bedijkt
werd, was er een probleem met de waterafvoer op het
traject boven Cuijk. De kronkelende rivier was door de
bedijkers in een te nauw bed gedwongen. Omdat het water
niet snel genoeg weg kon, was het risico voor een
plotselinge dijkdoorbraak groot. Te groot.
Uitweg voor dat water was daarom eeuwenlang de Beerse
Overlaat, vlakbij het dorpje Beers.
Eigenlijk een onbedijkt gelaten kade. Wanneer het
waterpeil steeg, nam de Maas een route binnendoor, dwars
door het Maasland, van Grave naar Den Bosch. De Beerse
Maas was een ‘groene’ rivier. Het ene moment stond ze
vol water, dan weer was het zompig grasland dat langzaam
opdroogde. Een soort veiligheidsventiel, dat het
waterpeil op de rivier omlaag bracht. Zo hoopte men een
onverwachte dijkdoorbraak te voorkomen
Voor de boerenbevolking van het Maasland was de Beerse
Maas een regelrechte ramp.
Stadjes en dorpjes langs de Maas waren wekenlang
geisoleerd.
Bovendien konden honderden hectare vruchtbare grond
alleen maar als hooiland gebruikt worden.
Wanneer de Maas bij Grave een waterstand bereikte van
ongeveer 10 meter NAP begon de Overlaat te werken.
Binnen enkele dagen overstroomde dan het gebied tussen
Grave en Den Bosch. ‘De Maas is om’, werd er gezegd.
Boeren troffen voorzorgsmaatregelen, haalden de beesten
binnen, en probeerden have en goed in veiligheid te
brengen.
Ondanks protesten vanuit Noord-Brabant bleef de Beerse
Overlaat tot lang in de twintigste eeuw gehandhaafd.
Zolang de waterhuishouding van de rivier niet ingrijpend
verbeterd werd, was de overlaat een veiligheidsklep die
de regio voor erger moest behoeden. Ook was alles rond
De Barendonk drassig en stond er soms maandenlang onder
water, terwijl bij de werking van de Beerse Overlaat het
gehele landgoed werd overstroomd, aangezien het geheel
ligt in de voormalige traverse. De ophoging van de
overlaat in 1922 en de definitieve dichting in 1940/1941
met de grote ontwateringswerken in dit gebied,
grotendeels uitgevoerd door het Waterschap “De Maaskant”,
hebben hier enorme verbeteringen tot stand gebracht.
Het melkveefokbedrijf Barendonk Holsteins
Bedrijfsgrootte : 44 ha grasland, 18 ha snijmaïs, 5 ha
boomteelt. Ligging bedrijf in de EHS daarom
beheersovereenkomsten afgesloten op 14 ha grasland. (o.a
Landschappelijk waardevol grasland met bonte weiderand)
Melkquotum : 1.233.280 kg melk, 4.096 % melk
Gem. productie : rollend jaargem. Aant. Lft. Kg. Melk
%vet %eiw EJR BSK 114 4.00 10.081 4.24 3.46 2482 49
Aantal koeien: 115, afstammelingen van: Allure, Classic,
Stadel, Jerom, Talent, Goldie Tulip, Lentini, Faber en
Rubens
Aantal jongvee : 100, afstammelingen van: Lightning,
Kian, Spencer, Taco, Talent, Classic, Sept. Storm.
Huidige stiergebruik : Kian, Classic, Talent, Dominator,
Lightblick, en proefstieren oa Egano, Rampage,
trentsetter en kite
Fokdoel: Het fokken van een goede melkkoe, met een
functioneel exterieur. Veel aandacht voor uier en benen.
Een koe die ook ruwvoer kan verwerken en veel melk geeft
met goede gehaltes, met een hoge duurzaamheid.
Gebouwen : Ligboxenstal 1979, met uitbreiding in 1988,
totaal 94 ligplaatsen.
Uitbreiding 2005 naar 135 ligboxen met Kraiborg
matrassen, en zwevende R-boxen. De natuurlijke
ventilatie van de stal wordt geregeld door een
weerstation, die het lichtdoorlatende gordijn
automatisch opent en sluit. Tijdens warme en/of vochtige
dagen luchtverplaatsing d.m.v 4 grote ventilatoren.
Sinds 18-05-‘05 worden de koeien gemolken door 2
Astronauts van Lely. Dit geeft de nodige
arbeidsverlichting
Jongveestallen met open front, gebouwd in 1994, veel
lucht en licht.
Iglo’s voor nuka’s tot 8 weken, daarna stro-openfront
stal.
Kompas-Uniform melkveemanagement programma en T4C
management Lely.
Natuur- en landschapselementen
Op het gebied van natuur en landschap heeft Landgoed De
Barendonk veel te bieden. Het landgoed is gelegen in het
bosrijke buitengebied van Beers en ligt deels in de
ecologische hoofdstructuur.
De familie Hermanussen ziet dit niet als een
belemmering, maar juist als een uitdaging om de natuur
zo goed mogelijk te integreren in de bedrijfsvoering van
zowel het agrarisch bedrijf als het
toeristisch-recreatieve bedrijf. Er zijn inmiddels
meerdere beheersovereenkomsten afgesloten met het Rijk.
Deze betreffen behalve grasland- en bouwlandpakketten,
tevens het onderhoud van houtwallen en een poel. De
leefomstandigheden van een groot aantal dieren en
insecten worden daardoor verbeterd.
De hoogteverschillen in de percelen moeten blijven zoals
ze zijn. Bovendien is afgesproken om het gras in enkele
weilanden later te zullen maaien dan gebruikelijk.
Daardoor kunnen weidevogels langer voor hun jongen
zorgen. Het langere gras met minder voedingswaarde dient
als voer voor paarden en jongvee. Op de randen van het
bouwland met een beheersovereenkomst groeien andere
gewassen dan op de rest van het perceel, waardoor er een
grote diversiteit bestaat.
Daarnaast is er een grachtenstelsel op het landgoed
aanwezig dat diende ter bescherming van de bewoners van
het landgoed. Over de slotgrachten bevonden zich in de
historie enkele ophaalbruggen, die de tand des tijds
helaas niet overleefd hebben en verdwenen zijn. In een
artikel uit de Millse Courant van 9 november 1956 is
gebleken dat er in het verleden op Landgoed De Barendonk
sprake was van twee karakteristieke ophaalbruggen over
de gracht (Citaat Millse Courant: "Voorheen kreeg men én
van het Oosten én van het Westen toegang over een
ophaalbrug over de thans ten dele vervallen
slotgrachten"). Bovendien is door de jarenlange bladval
en begroeiing dit grachtenstelsel echter sterk vervuild,
waardoor de cultuurhistorische identiteit verloren is
gegaan.
De toekomst van Landgoederen in het algemeen
Landgoederen/buitenplaatsen zijn van groot
maatschappelijk belang. Ze zijn parels in het
buitengebied. Deze uit landerijen, bossen, gebouwen,
parken en/of tuinen bestaande bezittingen bevatten
bijzondere landschappelijke en cultuurhistorische
elementen en natuurwaarden. Landgoederen en
buitenplaatsen zijn voor een groot deel gratis
toegankelijk en de kosten voor de maatschappij zijn
laag.
Vanwege hun multifunctionaliteit zijn het dynamische
systemen waarvan de motor een gezonde economische basis
moet zijn. Zo’n basis is nodig om ze
generatieoverschrijdend en met behoud van de kwaliteit
in stand te kunnen houden. Met de inkomsten van de
rendabele onderdelen van het landgoed/de buitenplaats
worden de kosten van de niet rendabele onderdelen
gedragen.
Hoewel er accentverschillen zijn, is de particuliere
eigenaar er, vaak vele generaties lang, op gericht om
het bezit duurzaam in stand te houden en te ontwikkelen.
Met name voor de huidige generatie eigenaren wordt in
dit verband een grote mate van creativiteit en
persoonlijke inzet gevraagd.

 |
|
|
© |
|