|

Cuijk in de Romeinse tijd
Cuijk was dus in de Romeinse tijd een vrij belangrijke nederzetting aan
de weg van Nijmegen langs de Maas naar het zuiden. Zo nu en dan vond men
in het verleden in Cuijk sporen van de Romeinen in de grond. Zelf kwam
in 1846 een kompleet Romeins graf met voorwerpen van het warmrode
Terra-Sigillata-aardewerk en enkele sieraden tevoorschijn.
Meer vond men toen in 1912 de oude dorpskerk plaats moest maken voor de
huidige neogotische St. Martinuskerk. Veel muurresten en voorwerpen uit
de Romeinse tijd kwamen te voorschijn. Aan het eind van de jaren dertig
deden de Groningse hoogleraar van Giffen en de heer Willems verdere
onderzoekingen op de plaats van de oude kerk en vlak ten zuiden daarvan.
Duidelijk bleek, dat er in Cuijk een Romeinse militaire bezetting was
geweest gedurende enkele eeuwen. Men onderscheidde wel 3 á 4 perioden
van bebouwing en zelfs vond men gedeelten van de gracht terug, die het
kampement hadden omringd. Het onderzoek kon niet worden afgerond, omdat
de nieuwe parochiekerk en het kerkhof dit belemmerden.
De aanleg van de Maasboulevard in de jaren zestig bood opnieuw de
gelegenheid om opgravingen te verrichten op de plek van het oude
gemeentehuis en een gedeelte van het te ruimen kerkhof. Onder leiding
van de oud-Cuijkenaar professor Bogaers toog men aan het werk. Weer kwam
veel Romeins te voorschijn, onder meer enkele fragmenten van zuilen, die
misschien deel uitgemaakt hebben van een tempel in de legerplaats.
Nogmaals vond men grote stukken van de Romeinse gracht en enkele
palissadenwanden.
Ook op andere plaatsen in Cuijk werd 'Romeins' gevonden. Zo vond men bij
de Hervormde Kerk een nederzetting van ambachtslieden, kooplui en andere
personen, die in hun bestaan betrokken waren bij de dienstverlening of
fouragering van het Romeinse castellum. Misschien hoorden zij tot het
volk van de Frisiavones.
Na het vertrek van de Romeinen bleven de Cuijkse oorden zeer spaarzaam
bewoond door enkele Franken. Resten van een Merovingische weefhut werden
bij de oude kerk aangetroffen. De vooruitgeschoven hoogte aan de Maas
leende zich ook uitstekend voor een nederzetting.
Niet lang na het optreden van Willibrord zal in de 8e of 9e eeuw het
Christendom in Cuijk ingang gevonden hebben. De Cuijkse patroon van St.
Maarten wijst naar de Karolingische tijd. Ook de uitgestrektheid van het
middeleeuwse dekenaat Cuijk van Blerick bij Venlo tot Orthen bij Den
Bosch wijst op hoge ouderdom en de belangrijkheid van de plaats in de
kerkelijke organisatie.
In april en oktober 1997 is een kort archeologisch onderzoek uitgevoerd
op een paar percelen ten westen van de Grotestraat. Dit onderzoek in de
kern van het oude Romeinse Cuijk was nodig vanwege grondwerkzaamheden
voor de bouw van de winkelpassage.
Geschiedenis
Het archeologische onderzoek in Cuijk kent een lange traditie.
Opgravingen in de kern door A.E. van Giffen, J. Willems en J.E. Bogaers
in de jaren 1937-38, 1948 en 1964-66 hebben veel sporen uit het verleden
opgeleverd.
Op basis van het uitgevoerde onderzoek mag worden aangenomen dat de
plaatsnaam en de ligging van het huidige Cuijk overeenkomt met het
toponiem Ceuclum op de Tabula Peutingeriana, een middeleeuwse kopie van
een Romeinse wegenkaart. De oudste sporen uit de eerste helft van de
eerste eeuw zijn van een militaire versterking, een castellum, dat
vermoedelijk opgetrokken is onder keizer Claudius (41-54). Over de aard
en de betekenis van deze vestiging bestaan echter nog de nodige
vraagtekens.
Kort na de Bataafse Opstand in 69/70 na Chr. werd het castellum in steen
herbouwd, waarna het tot het einde van de eerste eeuw in gebruik bleef.
Nadat de militairen lijken te zijn vertrokken ontwikkelde Cuijk zich in
de tweede eeuw tot een vicus, een regionaal centrum voor een groter
landelijk gebied. Vooral handel, ambacht en dienstverlening kenmerkten
het karakter van het tweede-eeuwse Cuijk. Waarschijnlijk is Cuijk ook op
religieus gebied van betekenis geweest. Dit zou kunnen worden
geconcludeerd uit de gevonden resten van tempels op de Maasoever.
Zoals zoveel nederzettingen in het Benedenrijngebied lijkt Cuijk rond
het midden van de derde eeuw te zijn verlaten. Pas kort na het jaar 320
wordt onder keizer Constantijn de Grote (306-337), op min of meer
dezelfde plaats als de eerste-eeuwse versterking, een nieuwe
fortificatie aangelegd, die omgeven is door een hout-aarde wal. Het fort
lijkt in ieder geval een oppervlak van ongeveer 2,5 ha gehad te hebben.
Vanuit het fort werd de brug over de Maas bewaakt. Rond het begin van de
5de eeuw lijkt Cuijk verlaten te zijn, maar de schaarse bewoningssporen
uit de vroege middeleeuwen wijzen duidelijk op bewoning.
Buiten het in de Romeinse tijd bewoonde gebied zijn sporen van twee
grafvelden gevonden. Het eerste ligt in het oude centrum van Cuijk en
strekt zich in zuidelijke richting langs de Grotestraat uit. De
onderzochte graven liggen voor het merendeel haaks op de Romeinse weg.
Het wegdek van deze Romeinse weg was op een paar plaatsen onder of dicht
bij de huidige Grotestraat te zien. Een tweede grafveld bevindt zich
noordwestelijk van het centrum van Cuijk op de Heeswijkse Kampen.
De laatmiddeleeuwse kelder
Direct bij het begin van het archeologische onderzoek werd een stuk muur
vrijgelegd. Door de aandacht die verschillende media aan dit muurwerk
gaven, kwamen veel mensen uit Cuijk een kijkje nemen op de opgraving. De
muur was opgetrokken uit tufsteen, een vulkanisch gesteente uit de Eifel.
Deze steensoort is een typisch Romeins bouwmateriaal en daarom werd in
eerste instantie gedacht dat we hier te maken hadden met muurwerk uit de
tweede of derde eeuw van onze jaartelling.
Toen enkele weken later aan de voet van de muur laatmiddeleeuws
aardewerk werd gevonden, werd duidelijk dat het hier niet om muurwerk
uit de Romeinse tijd ging. Verder onderzoek maakte duidelijk dat we te
maken hadden met een deel van de oostelijke muur van een kelder.
Waarschijnlijk heeft in die tijd een belangrijke inwoner van Cuijk,
dicht bij de burcht van de Heren van Cuijk, een huis gebouwd met een
stenen kelder.
Voor Cuijk is dit de eerste keer dat er zo’n belangrijke vondst is
gedaan. Op andere plaatsen, zoals in Nijmegen, zijn ook resten van zulke
natuurstenen kelders uit die tijd gevonden. Ook deze waren van de lokale
elite. Uit bestudering van de stenen blijkt dat de keldermuur is
opgebouwd uit verzaagde blokken Romeins. Dit tufsteen is waarschijnlijk
afkomstig van het derde-eeuwse badhuis dat hier heeft gestaan of van het
laat-Romeinse fort op de oever van de Maas.
Het onderzoek
Dat er voor de bouw van de winkelpassage op de voormalige percelen
Grotestraat 18-24 archeologisch onderzoek plaats zou moeten vinden, was
al lange tijd duidelijk. Archeologen van de Rijksdienst voor het
Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB) hadden in samenwerking met lokale
amateur-archeologen op het aangrenzende terrein van de voormalige Hubo
namelijk al eerder een Romeinse kelder kunnen onderzoeken. Het was dan
ook niet verwonderlijk dat na een verzoek van de ROB de Gemeente Cuijk
en de Provincie Noord-Brabant met geld over de brug kwamen om het
archeologisch onderzoek uit te kunnen voeren.
De ROB vroeg de archeologen van de Gemeente Nijmegen om het onderzoek
uit te voeren. Tijdens de opgraving werden zij geassisteerd door
amateur-archeologen uit Cuijk en Beers.
Op een diepte van ruim 1,5 m werden onder een dik pakket Romeinse en
latere ophogingen een groot aantal verkleuringen gevonden. Uit de wirwar
van deze grondsporen kon een aantal funderingsgreppels geïsoleerd worden
van drie houten gebouwen. Alle drie lijken gelijktijdig minstens twee
keer verbouwd te zijn. De verschillende bouwfasen zijn nog niet helemaal
uitgewerkt en gedateerd. Het lijkt er echter op dat de oudste fase kort
voor het midden van de 1e eeuw na Chr. gedateerd moet worden. Dit zou
kunnen worden geconcludeerd uit de scherven in de vulling van de
greppels.
Het gaat om houten huizen van ongeveer 35 meter lang en 9 meter breed.
De voorkant van deze huizen ligt aan de Romeinse weg die onder de
huidige Grotestraat gezocht moet worden. De precieze functie is nog
onbekend. Wel is duidelijk dat ze deel uitmaakten van de vicus, de
burgerlijke nederzetting rond de militaire versterking die in dezelfde
tijd in Cuijk is gebouwd.
In de tweede en derde bouwfase werden de huizen ingekort tot zo'n 20
meter.
Binnen de huizen waren werkplaatsen ingericht waar ijzer en brons werden
bewerkt. Dit blijkt uit de slakken die zijn gevonden. Hiermee lijken de
gevonden huizen annex werkplaatsen op gebouwen die elders in
vergelijkbare nederzettingen bij militaire versterkingen zijn gevonden.
De bewoners verdienden de kost met hun werkzaamheden voor de soldaten en
voor de bevolking van de regio rond Cuijk. De huizen zelf waren
eenvoudig van aard met lemen wanden en een rieten dak. Op de achtererven
zijn enkele waterputten gevonden die zeker meer dan 5 meter diep zijn
ingegraven.
Gezien de verbrande resten van de lemen wanden lijken de huizen van
periode 2 door brand verwoest te zijn. Wanneer die brand heeft
plaatsgevonden, is nog niet helemaal duidelijk, maar zeker nog in de
eerste eeuw. In een kuil die waarschijnlijk uit periode 3 stamt, is een
grote hoeveelheid ijzer gevonden. Het lijkt een voorraadje oud ijzer van
een smid te zijn, maar wat de bijna twintig munten in deze kuil doen, is
een raadsel. Tot hoe ver in de 2de eeuw deze huizen hier hebben gestaan,
is nog onduidelijk. Dichter bij de kerk in het centrum van Cuijk zijn
bij ouder onderzoek resten van een Gallo-Romeinse tempel gevonden.
Rond het jaar 170 lijkt het in onze streken tamelijk onrustig te zijn
geweest. Dit blijkt onder andere uit brandlagen in steden als Tongeren
en Nijmegen. Wat er zich in die tijd in Cuijk heeft afgespeeld, weten we
nog niet. Tijdens het onderzoek aan de Grotestraat zijn op ongeveer 80
cm onder het maaiveld de dieper gelegen funderingsresten van een groot
gebouw gevonden.
Op drie plaatsen moeten de houten wandpalen op grote molenstenen hebben
gestaan, die als poeren of stiepen hebben gediend. Andere palen waren op
in kuilen gegooide stukken dakpan gefundeerd.
De functie van dit grote gebouw met een stenen fundering en een pannen
dak was niet duidelijk tot op een iets dieper gelegen plek een halfrond
vloertje met een tufstenen muurtje er omheen werd gevonden. De
binnenkant was afgesmeerd met een pleisterlaag. Waarschijnlijk gaat het
om een kleine apsis van een Romeins badhuis, die bewaard is gebleven
doordat de vloer door haar eigen gewicht in de loop van de tijd in een
oudere waterput is weggezakt. Deze waterput lijkt in het begin van de
3de eeuw gedateerd te moeten worden. In de buurt bevond zich nog een
klein stukje van een goot van tufsteen, een waterleiding?
Ook iets verder weg is een deel van een dergelijke goot gevonden. Deze
had een bodem van liggende dakpannen, terwijl de wanden voornamelijk van
ijzeroer waren. Op twee plaatsen zijn de ‘zinkputten' van urinoirs
gevonden. Op een aantal andere plekken zijn haardplaatsen gevonden. Werd
hier het water voor het badhuis verwarmd?
De plattegrond van dit eens imposante bouwwerk is slechts voor een klein
deel bewaard gebleven doordat de bouwstenen in de late middeleeuwen
opnieuw zijn gebruikt. Bovendien zullen de ploeg van de boer en
bouwactiviteiten in meer recente tijd ook hebben bijgedragen aan het
verdwijnen van de resten van dit badhuis.
Uit het onderzoek is duidelijk geworden dat in dit deel van het centrum
een waardevolle erfenis uit het verleden van Cuijk verborgen ligt. De
Romeinse sporen lijken zelfs veel beter bewaard te zijn gebleven dan
iedereen tot voor kort dacht. Waarschijnlijk zijn door alle ophogingen
de resten van het Romeinse Ceuclum zo goed bewaard gebleven dat we een
voor Nederland unieke situatie hebben. Op andere plaatsen zijn
vergelijkbare nederzettingen door latere bouwactiviteiten of
riviererosie namelijk voor een groot deel vernietigd.
Met de sporen van het oudste Cuijk moeten we zuinig omspringen en als er
in de (nabije) toekomst in dit gebied een schop de grond in gaat moet
dit in goed overleg gaan. In ieder geval zal iedere keer weer
archeologisch onderzoek nodig zijn op die plaatsen waar het
archeologische erfgoed niet gehandhaafd kan blijven.
Opgravingen in "De Nielt"


|
In Cuijk leeft men met
archeologie, oudheidkundig zijn
deze vondsten zeer interessant.
De opgravingen die zijn begonnen op
het toekomstige Cuijkse
wooneiland De Nielt, overtreffen
alle verwachtingen.
|
.jpg)
|
De Nielt, een elf hectare
groot voormalig agrarisch gebied
direct aan de Heeswijkse Plas
dat de komende jaren wordt
ingericht als wooneiland. Het
vermoeden dat hier veel
overblijfselen uit de Romeinse
tijd en de periode daarvoor in
de grond liggen, is in de
voorgaande jaren bevestigd door
het trekken van proef sleuven.
|
.jpg)
Vrijwel direct zijn enkele
opzienbarende vondsten gedaan,
zoals een bronzen Romeinse
wijnzeef en een deel van een
gezichtsmasker dat werd gebruikt
in Romeinse theaterspelen.
Sporen duiden op boerderijen die
hier in de bronstijd
(de
periode 2000-800 voor
Christus) hebben gestaan.
Een voorbeeld is een
stal bij een boerderij
waar een kuil in het
midden van het gebouw
waarschijnlijk diende
als koeling. In het zand
werd een
duidelijke plattegrond
van wat ooit een steen
brandoven moet zijn
geweest gevonden. Op de
foto onder ziet u een
zwarte kleuring van het
zand |
.jpg)
|
Het gebied "De
Nielt", een van oorsprong twee
hoger gelegen stuifduinen in het
gebied van de Beerse Maas. Dit
gebied liep in het verleden
steeds weer onder vandaar dat de
bewoners altijd hun huizen op
verhogingen bouwden. Op het
einde van het Pleistoceen
(±10.000 jaar geleden) neemt de
Maas de huidige bedding. Door
stuifwinden ontstaan
stuifduinen. Door de beekdalen
ontstond een onrustig reliëf,
waardoor later wel een veelheid
van gebruik van de bodem
mogelijk werd n.l. sterke
begroeiing, zandgronden,
weidegronden. |
.jpg)
|
Er zijn duidelijke afspraken met
de bouwers over een bijdrage in
de kosten van de opgravingen,
het rijk heeft een bijdrage van 1,3
miljoen euro toegezegd. Zoals er
het nu uitziet zal er ruim 7
hectare met machines en met de
schop afgegraven worden. |
|
De Nielt is op archeologisch
gebied van nationaal belang
vanwege de grootte van het
ongeschonden gebied.
|
- Regelmatig zal deze pagina
ververst worden -
Link's naar
relevante onderwerpen
Munten vondst in Cuijk
17-11-2006
Meer informatie
Wooneiland "De Nielt" site van
de gemeente Cuijk
Archonet.nl graaft het nieuws
voor u op!
- In de Pers -
.jpg)
| |
Rijk Romeins verleden
moet ‘tussen de oren’
Door onze verslaggever
Het rijke Romeinse
verleden van Cuijk moet
de komende jaren meer
ingebed worden in de
beleving van de Cuijkse
bevolking. „Het moet
meer tussen de oren
komen.“ Dat zegt een
‘trotse’ wethouder
Ingrid Kloosterman naar
aanleiding van de
bijzondere
archeologische vondsten
op het Cuijkse
wooneiland De Nielt.
Voorafgaand aan de bouw
van 600 woningen startte
daar deze week een grote
archeologische
opgraving. Vrijwel
meteen zijn diverse
sporen van boerderijen
en onder meer een
bronzen Romeinse
wijnzeef gevonden.
„Het gaat niet alleen om
Romeinse vondsten. Uit
élle perioden van
menselijke bewoning is
hier wat te vinden“,
zegt Kloosterman.
„Nijmegen beroept zich
erop de oudste stad van
Nederland te zijn. Cuijk
is natuurlijk geen stad,
maar we kunnen hier op
z’n minst wedijveren met
Nijmegen en Maastricht.
Dat gevoel moet nu ook
gaan nestelen onder de
Cuijkse bevolking. Alle
archeologische
informatie moet
toegankelijk worden
gemaakt voor de
Cuijkenaren. Archeologie
is namelijk meer dan
wetenschap. Het gaat ook
om het doorvertellen van
verhalen.“
Kloosterman, bezig aan
haar laatste weken als
wethouder, weet nog niet
hoe dat moet in de
praktijk gestalte moet
krijgen. „We willen niet
op een nepperige manier
dingen gaan herbouwen,
maar je kan ook op een
andere manier zaken uit
het verleden weer
zichtbaar maken.
Bijvoorbeeld door een
grafveld uit de
ijzertijd in de
bestrating terug te
brengen of iets te doen
met de straatnamen. En
we hebben natuurlijk
museum Ceuclum waarin de
archeologische vondsten
ook een plekje krijgen.“
uit:
 |
|
|
Muntschat uit Romeinse tijd gevonden bij
archeologisch onderzoek in Cuijk |
|
Cuijk, 13 november 2006 – Bij grootschalig archeologisch
onderzoek in het Noord-Brabantse Cuijk is een
spectaculaire muntschat uit de Romeinse tijd gevonden.
Voorafgaand aan de inrichting van wooneiland “De Nielt”
worden op deze plaats nederzettingsterreinen opgegraven
uit de periode van de late steentijd tot en met de
Middeleeuwen waarbij vooral de Romeinse tijd goed is
vertegenwoordigd.
De schat, bestaande uit minstens 200 Romeinse munten, is
destijds verborgen in een 20 cm hoge aardewerken pot. De
pot was afgedekt met een omgekeerde halve kruik als
deksel. Op röntgenfoto’s is te zien dat het gaat om drie
concentraties van munten, hoogstwaarschijnlijk alle van
zilver, die in lederen buidels verpakt waren. Ook zijn
enkele sieraden, een armband en een vingerring, op de
röntgenfoto’s herkend.
Het laboratoriumonderzoek, waarbij de schat langzaam uit
de pot zal worden gehaald en schoongemaakt, is onlangs
gestart en zal nog circa zes maanden in beslag nemen. De
eerste munt die daarbij is onderzocht betreft een
zilveren munt die geslagen is tijdens de regering van de
Romeinse keizer Elagabalus (rond 220 na Christus).
De pot is ergens na 220 na Christus met opzet in een
kuil in de grond begraven. Tijdens het vrijleggen ervan
bleek dat de pot precies geplaatst was op een plek waar
de bliksem was ingeslagen.
Nader onderzoek moet uitmaken
of er een direct verband bestaat met de blikseminslag,
bijvoorbeeld dat de pot was begraven als een offer, of
dat de bewoners van de Romeinse nederzetting bij toeval
op deze plaats hun kostbaarheden hebben verstopt uit
angst voor diefstal.
Het komt niet vaak voor dat grote muntschatten op
opgravingen worden gevonden. Het merendeel van
dergelijke schatten wordt bij toeval gevonden, waardoor
het verhaal achter de begraving ervan vaak onduidelijk
blijft. Deze vondst is één van de grootste Romeinse
muntschatten die tijdens wetenschappelijk archeologisch
onderzoek in Nederland is aangetroffen.
Het archeologische onderzoek wordt in opdracht van de
gemeente Cuijk uitgevoerd door archeologisch
onderzoeksbureau Becker & Van de Graaf. De Romeinse
nederzetting is inmiddels volledig opgegraven. De
overige archeologische veldwerkzaamheden zullen nog
ongeveer drie maanden in beslag nemen.
Meer
informatie en foto's
Cuijk en de Romeinse brug
Nieuws van 17-11-1006 Gelderlander
Directe link naar Omroep Brabant nieuws
Meer nieuws over de opgravingen vindt u hier
Meer informatie over het archeologisch onderzoek en
wooneiland De Nielt vindt u op respectievelijk
www.cuijk.nl en
www.denielt.nl |
|
aanvullingen door Rinus de
Vries
Geraadpleegde Bronnen:
|
Dr. J.A. Coldeweij,
proefschrift over de Heren van Cuijk in de
periode 1096 - 1400. Leiden 1982. |
|
H.J. van Hulten,
Brokstukken uit de geschiedenis van het Land van
Cuijk, deel II. Haps 1961 |
|
Diverse publicaties
door de Streekarchiefdienst van het Land van
Cuijk te Grave. |
|
Archiefdienst Land van
Cuijk in Grave |
|
Foto Archiefdienst
Cuijk
|
|
Website gemeente Cuijk |
|
De werkgroep
Archeologie Cuijk |
|
Een onderzoek naar de
absolute rechten van de Heren van Cuijk H.B.M
Essink |
|
library.thinkquest.org/22866/Dutch/Kaarten/Peutinger.html |
|
Stichting Mergor in
Mosam |
© Paladijntje.nl 2007
alle teksten, kaarten en foto's zijn auteursrechtelijk beschermd. +31
485 800484 |